Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 22 september 2015

Interpellatie over buitensportaccommodaties

Sportveld

D66 Heiloo maakt zich ernstig zorgen over de voortgang van het accommodatiebeleid voor de buitensportverenigingen. De B5 (de vijf grootste buitensportclubs in Heiloo) hebben het overleg met de gemeente over het accommodatiebeleid gestaakt. Omdat het college al eerder in conflict was met HSV en Trias, vragen we ons af of het college wel zorgvuldig onderhandelt, en of het college zo zijn doelen wel bereikt.

In juni jl. heeft D66 Heiloo tegen het voorstel gestemd om marktconforme huurprijzen te vragen. We vinden dat de buitensportverenigingen zo niet als volwaardig partner worden gezien. Je kunt van een bestuurder van een vereniging niet verwachten akkoord te gaan met een kostenverhoging, terwijl het niet duidelijk is welke inkomsten daar tegenover staan.

D66 Heiloo wil weten waarom het zover gekomen is, en wat het college gaat doen om dit probleem op te lossen. Daarom heeft D66 Heiloo het initiatief genomen om een interpellatiedebat te houden. De PvdA is mede-indiener. Een interpellatiedebat is een zwaar, maar geschikt middel om informatie te krijgen van (een lid van) het college over een politiek, actueel en gevoelig onderwerp.

De volledige tekst van het verzoek:

Geachte voorzitter,

Hierbij dien ik namens de fractie van D66 Heiloo, conform artikel 32 Reglement van Orde, een verzoek in tot het houden van een interpellatie  voor de raadsvergadering van 5 oktober 2015.

Het feit dat het college, meer in het bijzonder portefeuillehouder Opdam, zich na de gebeurtenissen rond het kunstgrasveld van HSV en de huurtarieven van Trias, bij de verdere uitwerking van de Uitwerkingsnota Buitensportaccommodaties andermaal bevindt in een ernstige conflictsituatie, nu met de vijf grote buitensportaccommodaties (B5) gezamenlijk, baart onze fractie grote zorgen. De uitwerking van het beleid rond de buitensportaccommodaties is de eerste van een reeks grote hervormingen rond het gemeentelijk subsidiebeleid. Het tot een goed einde brengen van die hervormingen vereist diplomatieke en communicatieve vaardigheden en het vermogen om zich als onderhandelaar te kunnen verplaatsen in de positie van andere partijen. Onze fractie vraagt zich af of het college, en meer in het bijzonder de betrokken portefeuillehouder voldoende zorgvuldig onderhandelt, en of op deze manier goede resultaten worden bereikt. In ieder geval willen we begrijpen hoe dit zo is gelopen.

Bij de bespreking van de Uitwerkingsnota Buitensportaccommodaties hebben de B5 ingesproken. De strekking van hun inspraak was dat zij bereid zijn me te werken aan de te realiseren bezuinigingen, maar dat zij daarin als volwaardige partner op willen treden. Zij vonden het daarom prematuur om voorafgaand aan verder overleg al besluiten te nemen over de te realiseren uitkomsten.

Voorafgaande aan die gemeenteraadsvergadering (22 juni jl) heeft onze fractie aan het college gevraagd wat er op tegen zou zijn de besluitvorming gedurende het overleg met de B5 op te schorten. We hebben dit in de raadsvergadering toegelicht: je kunt als bestuurder van een sportvereniging niet akkoord gaan met een kostenverhoging zonder inzicht in de inkomsten die daar tegenover staan (o.a. subsidie). We wilden met het uitstellen van de besluitvorming hierover het signaal afgeven dat we de buitensportverenigingen als volwaardige en gelijkwaardige onderhandelingspartners zien.

Het college gaf ons als antwoord geen meerwaarde te zien in uitstel, en heeft de besluitvorming, gesteund door de coalitiepartners, doorgezet.

We willen in de interpellatie de volgende vragen aan de orde stellen:

  1. Het college heeft ervoor gekozen om eerst de Uitwerkingsnota Buitensportaccommodaties vast te stellen, en daarna (gegeven die besluitvorming) met de B5 te gaan onderhandelen. Is het college, met de kennis van nu, van mening dat die strategie constructief, of in ieder geval succesvol is gebleken of zal blijken? Op grond van welke feiten kunnen wij vertrouwen op een goede uitkomst? Als het college van mening is dat het geen goede onderhandelingsstrategie heeft gevolg, welke veranderingen gaat het daar dan in aanbrengen?
  2. Het college heeft op het staken van het overleg door de B5 na een maand per brief gereageerd. Waarom heeft het college niet veel eerder actie ondernomen op zo’n alarmerend incident?
  3. Het college stelt in zijn brief dat het overleg constructief was en dat de nodige voortgang werd geboekt. De B5 hebben dit blijkbaar heel anders ervaren. Vindt het college zichzelf voldoende sensitief voor de belangen en gevoelens die bij de onderhandelingspartners spelen, en waar blijkt dat uit?
  4. Het college weerspreekt in de brief alle stellingnames van de B5. Op geen enkele plek geeft het college blijk van enige zelfreflectie. Vindt het college werkelijk dat het zelf geen enkele steek heeft laten vallen? Als dat wel het geval is, waarom heeft het dat dan niet in de brief toegegeven? Is het college van mening dat de toonzetting en inhoud van de brief bijdraagt aan verbetering van de relatie met de B5, en waarom?
  5. In de Nota Buitensportaccommodaties staat een tijdspad waarbinnen het beleid uitgewerkt moet zijn. Kan het college, meer in het bijzonder de betrokken portefeuillehouder, de gemeenteraad garanderen dat dit tijdspad gehaald wordt? En wat zijn de consequenties als dat niet gehaald wordt?

 

Met vriendelijke groet,

namens de fractie van D66 Heiloo,

 

Fons Hopman